Witloof is zo'n typische wintergroente die bij ons regelmatig op tafel komt. Rauw in een slaatje, gestoofd met een klontje boter of verwerkt in een ovenschotel met hesp en kaassaus. Maar wist je dat je witloof ook heel eenvoudig zelf kunt kweken, zelfs wanneer je geen grote moestuin hebt?
Het enige wat je nodig hebt, zijn geschikte witloofwortels, enkele emmers en een donkere ruimte waar de temperatuur niet te hoog oploopt.
Ik laat je zien hoe ik dat zelf aanpak.
Witloof groeit in twee stappen
Witloof kweken gebeurt eigenlijk in twee verschillende fases.
In het voorjaar zaai je witloof in de moestuin. Tijdens de zomer vormt de plant lange, stevige wortels met een grote hoeveelheid groen blad erboven.
In het najaar worden die wortels gerooid. Het zijn deze wortels die we vervolgens gebruiken om witloof te trekken. (Jaja, zo heet dat. Je zegt eigenlijk niet dat je witloof gaat kweken, maar wél dat je witloof gaat "trekken". Alhoewel dat weer klinkt als witloof oogsten.)
Dat "trekken" gebeurt in het donker. De wortel heeft tijdens de zomer voldoende reserves opgebouwd om opnieuw uit te lopen. Zonder licht ontwikkelen zich de typische bleke witloofkroppen.
Heb je zelf geen witloof gezaaid? Dan kun je in het najaar ook witloofwortels aankopen bij een kweker of tuincentrum.
Wat heb je nodig?
Geschikte witloofwortels
Een grote, stevige emmer
Een tweede emmer om de eerste af te dekken
Potgrond
Een beetje water
Een donkere ruimte van ongeveer 18 °C
Kies bij voorkeur emmers die voldoende diep zijn om de wortels rechtop te plaatsen en waarbij de jonge kroppen bovenaan ruimte hebben om te groeien.
De witloofwortels voorbereiden
Voor je de wortels in de emmer zet, maak je ze eerst klaar.
Verwijder de kleine zijworteltjes en controleer of de hoofdwortels stevig en gezond zijn.
Bovenaan de wortel zit de groeipunt waaruit straks het nieuwe witloof zal ontstaan. Die mag je niet beschadigen.
Wanneer er nog lange bladeren aan de wortels zitten, snijd je die terug tot enkele centimeters boven de wortelkraag. Zo blijft de groeipunt behouden.
Probeer de wortels zoveel mogelijk op gelijke lengte te brengen. Dat maakt het gemakkelijker om ze straks netjes in de emmer te plaatsen.
De wortels in de emmer zetten
Neem een grote emmer en zet de voorbereide witloofwortels rechtop naast elkaar.
Vul de ruimte tussen de wortels op met licht vochtige potgrond. Zorg ervoor dat de wortels goed vaststaan en dat de groeipunten boven de grond blijven.
Je hoeft de wortels niet ver uit elkaar te zetten, maar geef de jonge kroppen bovenaan wel voldoende ruimte om zich te ontwikkelen.
Geef vervolgens voorzichtig wat water, zodat de potgrond overal licht vochtig wordt.
De wortels mogen niet uitdrogen, maar ze mogen ook niet voortdurend in kletsnatte grond staan.
Gebruik daarom een emmer waarin overtollig water kan weglopen, of zorg er op een andere manier voor dat er geen water onderaan blijft staan.
Waarom moet witloof in het donker groeien?
Witloof heeft tijdens het trekken geen licht nodig.
De wortel gebruikt de voedingsreserves die hij tijdens de zomer heeft opgeslagen om een nieuwe krop te vormen.
Wanneer er licht bij komt, beginnen de bladeren groen te kleuren. In het donker blijven ze mooi bleekgeel tot wit.
Daarom dek ik mijn emmer af met een tweede, omgekeerde emmer.
Zo blijft het witloof volledig donker en krijgen de kroppen voldoende ruimte om te groeien.
Je kunt de emmer ook in een volledig donkere ruimte plaatsen, maar een extra afdekking zorgt ervoor dat er geen licht bij de kroppen komt wanneer je de ruimte even binnenloopt.
Welke temperatuur is ideaal?
Na het vullen zet ik mijn emmers in een donkere ruimte waar het ongeveer 15 °C is.
Bij die temperatuur ontwikkelen de witloofkroppen zich mooi en gelijkmatig.
Koeler kan ook, maar dan groeien de kroppen trager. Je zult dus wat langer moeten wachten voordat je kunt oogsten.
Warmer kan eveneens, maar dat raad ik zelf niet aan.
Bij een hogere temperatuur groeien de kroppen sneller en bestaat de kans dat ze minder stevig en losser van structuur worden.
Voor mooie, compacte witloofstronkjes geef ik daarom de voorkeur aan een temperatuur rond 18 °C.
Moet je tussendoor water geven?
De potgrond moet tijdens het trekken licht vochtig blijven.
Controleer daarom af en toe of de grond niet te droog wordt.
Wanneer dat nodig is, kun je voorzichtig een beetje water toevoegen.
Overdrijf niet, want witloofwortels die voortdurend te nat staan, kunnen beginnen rotten.
De bedoeling is dat de wortels voldoende vocht kunnen opnemen om hun nieuwe kroppen te vormen, zonder dat ze in het water staan.
Wanneer kun je het witloof oogsten?
Bij een temperatuur van ongeveer 15 °C kun je doorgaans na drie tot vier weken de eerste kroppen oogsten.
De precieze groeiduur hangt af van de kwaliteit en het ras van de wortels, de temperatuur en de omstandigheden tijdens het trekken.
Til af en toe voorzichtig de bovenste emmer op om te kijken hoe ver het witloof staat.
Zijn de kroppen mooi gevormd en voelen ze stevig aan? Dan is het tijd om te oogsten.
Snijd de kroppen voorzichtig af aan de basis, net boven de wortelkraag.
Zo kun je genieten van heerlijk vers witloof uit je eigen kweek.
Kun je dezelfde wortels opnieuw gebruiken?
Na de eerste oogst kunnen sommige wortels nog een tweede keer uitlopen.
Die tweede groei levert meestal kleinere en lossere kroppen op, omdat de wortel al een groot deel van zijn reserves heeft opgebruikt.
Voor mooie, stevige witloofstronkjes gebruik je daarom best nieuwe wortels.
De uitgeputte wortels mogen nadien op de composthoop, zolang ze gezond zijn.

Moestuinieren met Liefde
